Wat een voorrecht om projectleider van de Michacursus te zijn. Wat een voorrecht om met een team van jeugdleiders de Michacursus voor jongeren te gaan maken. We noemen het Micha Young. En, wat een voorrecht om christen te zijn en te weten dat geen goede daad tevergeefs gedaan is. Het woord voorrecht gebruik ik in het verband met de Michacursus regelmatig. Wanneer ik dit woord gebruik dan bedoel ik dat vooral in de betekenis van gunst.
Laat ik het uitleggen. Sinds vorig jaar september werk ik voltijds gemeenteadviseur van de PKN binnen de Classes Utrecht en Zeist. Ik was deeltijd predikant in de Vloedschuurgemeente in Heteren en halftime docent aan de Wittenberg in Zeist. Het evangelie dient door jongeren zelf in Nederland uitgedragen te worden, in daden en desnoods in woorden. Vanuit deze laatste functie heb ik kort in de initiatief werkgroep Michacampagne gezeten. Daar heb ik mee het idee bedacht om van de Michacampagne een soort Alpha-cursus te maken. Dat is gebeurd. Daarom ben ik dankbaar dat deze cursus is ontwikkeld, en al door zovelen met zegen gevolgd.
Sinds 1 januari 2011 ben ik Carla van der Vlist opgevolgd als projectleider van de Michacursus. Een belangrijke taak hierin is het ontwikkelen van Micha Young. Op mijn leeftijd van begin vijftig, een groot voorrecht om juist in deze tijd aan jongeren te laten zien dat van het Evangelie evenzeer en misschien wel in de eerste plaats in daden getuigd kan worden. Micha Young gaat daar mooie handreikingen in maken.
Daarnaast heb ik wat geschreven over de vraag: Waarom staat eigenlijk de Michatekst centraal voor deze cursus? Uit het Bijbelboek Micha is het devies van de Michacampagne afkomstig: Micha 6:8: Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.
Dit Bijbelvers geldt ook voor ons. Het gaat God er uiteindelijk niet om wat je Hem aanbiedt, maar dat we eerlijk leven en naar elkaar omzien. Voelen wij mee met Gods verontwaardiging over onrecht? Grijpt het leed in deze wereld ons ook bij de keel? Ten diepste wil God ons hárt. Recht doen, trouw zijn, nederig wandelen. Deze drieluik gaat over wat je doet, wat je bent en wat je drijft. Het is het evangelie in een notendop.
Het doet brengt me bij de treffende verwoording van het Paaslied Gezang 218 uit het Liedboek: Ik zeg het allen dat Hij leeft. Het 7de vers geeft dan treffend weer: Nu is op aard geen goede daad, meer tevergeefs gedaan, want wat gij goed doet is als zaad, dat heerlijk op zal gaan. Wat een voorrecht om christen te zijn en te weten dat geen goede daad tevergeefs gedaan is.
Simon de Kam
|